
Je komt als zonlicht door een raam
de gang van mijn hart binnen.
Genade verlicht plekken
die alleen maar duister kenden.
Nooit eerder was ik zo gezegend
iemand te hebben ontmoet.
Ik had nooit kunnen vermoeden
dat jij naar míj zou komen –
ik had alle vertrouwen verloren
in het Mysterie,
in Gods handwerk.
Oceanen, oceanen van illusie
lijken soms onmogelijk over te steken.
Wevend uit egogeboren verwarring
raken kleine boten verdwaald.
Maar jij reikt je hand
en je hart naar mij.
En ik vang een glimp van land
door een raam in
een zelfgebouwde muur.
En ineens lijkt het
helemaal niet zo ver weg.
Nu weet ik: de weg is een manier van zijn –
geen bestemming, geen pad.
Nu begrijp ik wat je bedoelde
toen je zei dat verlichting betekent
de last verlichten,
de last verlichten.
Het verleden loslaten
en de pijn die we vasthouden.
Ruimte maken voor het licht
om binnen te komen.
Alles wat we ooit hoeven zijn
is een holle rietstengel.
God geeft ons de wind,
geeft ons de wind.
Tranen komen, als van een baby,
in een zachte, helende regen.
De laatste tijd weet ik niet waarom ik huil,
maar het is de zoetste vorm van pijn.
Toen ik je gezicht zag,
geloofde ik opnieuw.
Ik geloofde weer in genade.
En voor het eerst wist ik
hoe groot Gods liefde moet zijn;
want God gaf jou aan mij.
♡
You come like sunlight through a window
to the hallway of my heart.
Grace is illuminating places
that have only known the dark.
I've never been so blessed
to have met someone.
I never would have guessed
that you'd come for me -
I'd lost all faith in the Mystery,
in the handiwork of God.
Oceans, oceans of illusion
can seem difficult to cross.
Weaving from ego-based confusion,
little boats get lost.
But you reach out your hand
and your heart to me.
And I catch a glimpse of land
from a window through
a self-made wall.
And it doesn't seem so far away at all.
Now I know that the way is a way to be -
not a destination or a road.
Now I know what you meant
when you said enlightenment meant
lightening the load, lightening the load.
Letting go of the past and the pain we hold.
Making room for the light to come in.
All we ever need is to be a hollow reed.
God gives us the wind, gives us the wind.
Tears come, as if from a baby,
in a gentle, healing rain.
Lately, I don't know why I cry
but it's the sweetest kind of pain.
When I saw your face, I believed again.
I believed again in grace.
And for once I knew
how great God's love must be;
for God gave you to me.





