top of page
lotus coloured.png

234

Like a River to the Sea

@ Jahnavi Harrison

Gesproken tekst vooraf van Jahnavi:

'Sommigen van jullie kennen dit lied misschien. Het is al wat ouder en dit jaar is het tien jaar geleden dat ik het uitbracht. Het is mooi — als je een lied schrijft… ik heb er niet veel geschreven. Kayleigh is een geweldige songwriter, maar ik heb er maar een paar geschreven. Even een schaamteloze reclame. Maar het is fijn om terug te kijken naar woorden die je ooit schreef en te merken dat ze nog steeds resoneren in jezelf.

Deze woorden uit het lied kwamen voort uit een dagboekfragment dat ik ooit schreef. Er zijn momenten geweest waarop ik dacht: ik wou dat iedereen zou stoppen met dat lied te spelen, omdat ik er een beetje moe van werd. Maar als ik er tegenwoordig naar terugkeer, raken ze me juist weer diep — niet in de laatste plaats omdat de wereld waarin we leven nog steeds dezelfde uitdagingen kent als die in dit lied worden genoemd. Dus zing alsjeblieft met me mee… Like a river to the sea.'

En verder over dit lied:
Like a River is het titelnummer van het debuutalbum van Jahnavi Harrison, uitgebracht in 2015. Het nummer bevat een refrein uit het Govinda Damodara Stotram van de middeleeuwse heilige dichter Srila Bilvamangala Thakur en is een meditatie op het beschermen van heilige omgevingen — zowel innerlijk als uiterlijk.

Jahnavi zei er eerder over:

'Ik schreef deze tekst toen ik in 2006 Vrindavan bezocht, na een tussenpoos van veertien jaar. (Vrindavan wordt vooral vereerd als de plek waar Krishna zijn jeugd doorbracht. Volgens de overlevering speelde hij hier, danste hij met de gopi’s (herderinnen) en beleefde hij zijn goddelijke liefdesrelatie met Radha. Daardoor staat Vrindavan symbool voor goddelijke liefde (bhakti) — een liefde die persoonlijk, intens en allesomvattend is.)

Met mijn onrijpe blik had ik moeite om voorbij de vervuiling, het verkeer en de commercialisering te kijken, om de onaangetaste spirituele essentie van de plek te zien.

Van grote leraren leren we dat materiële ogen slechts een beperkte visie toelaten — werkelijk zien gebeurt met spirituele ogen, die alleen worden geopend onder de leiding van een authentieke goeroe. Hoewel onze blik vertroebeld kan zijn, boeken we vooruitgang door nederig de ‘voetstappen in het zand’ van onze leraar te volgen.

Het refrein ‘Govinda Damodara Madhaveti’ komt uit een verfijnd gebed, het Govinda Damodara Stotram, geschreven door de blinde heilige dichter Srila Bilvamangala Thakur. Hoewel zijn fysieke ogen hem niet dienden, werd hij gezegend met spiritueel zicht, waardoor hij in zijn laatste dagen in Vrindavan zijn Heer kon aanschouwen. Het refrein verwijst ook naar het beroemde gebed van de historische heilige, koningin Kunti, die bad dat haar aantrekkingskracht altijd naar de Heer gericht zou blijven — zoals een rivier die onophoudelijk naar de zee stroomt.'

Met de openingswoorden van het lied wordt Krishna onder verschillende namen aangeroepen: als beschermer, kind, geliefde, god, vriend. Het is alsof de zanger daarmee zegt: 'In welke vorm je ook bent — ik roep je, ik herinner je, ik verlang naar je.'




(refrein)
Govinda! Damodara! Madhaveti!
He Krishna! He Yadava! He Sakheti!

De bron waaruit ik dronk is opgedroogd;
de bedding van de rivier is in de loop der jaren verschoven,
nu rinkelen mobiele telefoons in plaats van klokken;
de heilige heuvel is bijna verdwenen.

Gebeden en as aan de oever van de rivier,
zij aan zij voortdrijvend;
de zon komt op boven nieuwe hotels;
wijzen sluiten hun ogen…

(refrein)
Mijn hart stroomt als een rivier naar de zee,
moge het altijd zo zijn, moge het altijd zo zijn.
Een rivier van genade stroomt door mij,
moge het altijd zo zijn, moge het altijd zo zijn.

Zal ik hier altijd een vreemdeling blijven,
in het hart van heilige schoonheid?
Je zegt dat deze weg mij naar huis kan leiden,
dus ik volg jouw voetstappen in het zand.

Ik zie de chaos en de kale bomen,
misschien ben ik blind,
menigten mensen vallen op hun knieën —
is deze plek goddelijk?



(refrain)
Govinda! Damodara! Madhaveti!
He Krishna! He Yadava! He Sakheti!

The well I drank from has run dry;
the river bed has moved over years,
Now cell phones ring instead of bells;
the sacred hill has almost disappeared.

Prayers and ashes at the river’s edge,
drifting side by side;
sun rises over new hotels;
sages close their eyes…

(chorus)
My heart, flows like a river to the sea,
May it always be, may it always be.
A river of grace flows through me,
May it always be, may it always be.

Will I always be a stranger here,
in the heart of sacred beauty?
You say this road can lead me home,
so I’m following your footprints in the sand.

I see the chaos and the barren trees,
maybe I am blind,
crowds of people falling to their knees,
is this place divine?

bottom of page