
Er was een verlichte Zen-vrouw, Rengetsu geheten. Ze was op pelgrimstocht en kwam bij zonsondergang in een dorp aan. Ze vroeg om een plek om die nacht te kunnen slapen. Maar geen van de dorpelingen toonde belangstelling. Ze sloten hun deuren. Het leek alsof ze tegen Zen waren. Want Zen is zo revolutionair, zo radicaal rebels, dat het zeer moeilijk is het te aanvaarden. Door het te aanvaarden word je getransformeerd. En door het te aanvaarden ga je door het vuur. Je zult nooit meer dezelfde zijn.
Zo is het met ware religies: ze zijn als vuur. Daarom zijn traditionele mensen altijd gekant geweest tegen alles wat waar is in religie. Traditie is alles wat onwaar is in religie. Het moeten dus traditionele boeddhisten in het dorp zijn geweest. En zij lieten deze vrouw niet blijven. Ze joegen haar weg.
Het was een koude nacht. De oude vrouw had geen plek om te slapen. En ze had honger. Ze vond een kersenboom, buiten op het veld, als haar schuilplaats. Het was bitter koud en ze kon nauwelijks slapen. Misschien zwierven er ook wilde dieren rond.
Midden in de nacht werd ze wakker, door de kou. En toen zag ze aan de nachtelijke hemel de volle maan. En de kersenbloesem, overal om haar heen. Bloemen die op haar neerdaalden. Overweldigd door de schoonheid van de nacht, door wat ze zag, stond ze op en maakte een diepe buiging in de richting van het dorp.
Dít is wat aanvaarding is. Overweldigd door de schoonheid van de nacht boog ze zich in de richting van het dorp. Ze maakte dit gedicht:
Door hun vriendelijkheid
in het weigeren
mij onderdak te geven voor de nacht
vond ik mijzelf
onder de lentebloesem
van de kersenboom
in de nacht van de volle maan
Ze was zo dankbaar. Met diepe dankbaarheid bedankte ze de mensen die haar onderdak hadden geweigerd. Want anders zou ze onder een gewoon dak hebben geslapen en deze zegen hebben gemist: de kersenbloesem, de nevelige maan en de stilte van de nacht.
Ze was niet boos. Ze was niet gekwetst. Ze aanvaardde het niet alleen — ze voelde dankbaarheid.
Je wordt een Boeddha op het moment dat je alles aanvaardt wat het leven brengt. Met dankbaarheid.
✦ ✦ ✦
It was an enlightened Zen woman called Rengetsu. She was in the pilgrimage and she came to a village at sunset. She was begging for a place to sleep for the night. But none of the villagers were interested. They closed their doors. It seemed like they were against Zen. For Zen is so revolutionary. So utterly rebellious. That it is very difficult to accept it. By accepting it, you are going to be transformed. And by accepting it, you will be passing through a fire. You will never be the same again.
That is the thing with the real religions. They are like fire. So traditional people have always been against all that is true in religion. Tradition is all that is untruth in religion. So it must have been traditional Buddhists in the town. And they didn't allow this woman to stay there. They kicked her out.
It was a cold night. And the old woman had no place to sleep. And hungry. She found a cherry tree. Out in the fields. For her shelter. It was very cold and she could not sleep very well. And maybe wild animals also around.
In the middle of the night she awoke, because too cold. And then she saw in the night sky the full moon. And the cherry blossom, all over her. And falling on her the flowers. Overcome with the beauty of the night, or what she was seeing, she got up and made a reverence in the direction of the village, bowing down.
This is what acceptance is. Overcome with the beauty of the night, she bowed down in the direction of the village. She made this poem.
Through their kindness
in refusing me
lodging for the night
I found myself beneath
the spring blossom
of the cherry tree
in the night of the full moon
She was so grateful. With great gratitude she thanked those people who refused her lodging. Otherwise she would be sleeping under an ordinary roof, and she would have missed this blessing. The cherry blossom. The misty moon. And the silence of the night.
She was not angry, she was not hurt. Not only she accepts it. She feels grateful.
One becomes a Buddha the moment one accepts all that life brings. With gratitude.


