top of page
lotus coloured.png

205

He Govinda He Gopal

@ Padmarani

Padmarani uit India heeft haar hart verpand aan Krishna. Ze zingt eigenlijk alleen over hem. Niet verwonderlijk dat ook dit een lofzang is op Krishna.

Ze bezingt hem onder zijn vele namen — Govinda, Gopāla, Keśava, Mādhava, Nārāyana. Elke naam belicht een ander aspect van zijn wezen: de speelse herdersjongen, de tedere geliefde, de wijze heer van het universum en de beschermer van hen die zich gevangen voelen in samsara, de illusie.

Krishna wordt door Padmarani aangeroepen als een goddelijke aanwezigheid die zachtmoedig, liefhebbend en toegankelijk is.




(1)
O verheuger van de koeien! O beschermer van de koeien!
O drager van het mooiste haar! O echtgenoot van de godin van het geluk!
U bent zeer barmhartig voor de gevallen zielen.

(2)
U bent oneindig barmhartig, o Heer, oneindig barmhartig!
O Keśava! O Mādhava! O Dīna Doyāl!

(3)
Gehuld in stralend gele gewaden en met een pauwenveer op Uw kroon
bespeelt U de fluit en laat haar de naam van Rādhā zingen.

(4)
U bent de koeherdersjongen die grote vreugde schenkt,
o Heer, de koeherdersjongen die grote vreugde schenkt!
O Keśava! O Mādhava! O Dīna Doyāl!

(5)
U neemt onze angst weg om gevangen te blijven
in het wiel van herhaalde geboorte en dood in de materiële wereld.
U bent de stralende doder van de demon Madhu.
Vernietiger van alle beproevingen,
U bent de hoogste rustplaats voor alle zielen.



(1)
he govinda he gopāla
keśava mādhava dīna-dayāl

(2)
tumi parama dayāl prabhu, parama dayāl
keśava mādhava dīna-dayāl

(3)
pīta-basana pari mayurera śikhā dhori
muralīr vāṇī tule bole rādhā-nām

(4)
tumi mādera gopāla prabhu, mādera gopāla
keśava mādhava dīna-dayāl

(5)
bhava-bhaya-bhañjana śrī madhusūdana
vipad-bhañjana tumi nārāyaṇa

bottom of page