
@ OSHO - The Book of Wisdom (Volume 1) - Chapter 3
Laat me zeggen dat zelfs wanneer de waarheid aan je wordt verteld, je er niet in moet geloven. Onderzoek, vraag, zoek, experimenteer, ervaar; geloof er niet in. Zelfs wanneer de waarheid aan je wordt verteld, als je erin gelooft, verander je het in een leugen. Een waarheid die je gelooft is een leugen, geloof verandert de waarheid in een leugen.
Geloof in Boeddha en je gelooft in een leugen. Geloof in Christus en je gelooft in een leugen. Geloof niet in Christus, geloof niet in Boeddha, geloof niet in mij. Wat ik zeg, luister er aandachtig naar, intelligent; experimenteer, ervaar. En wanneer je het hebt ervaren, moet je er dan in geloven? Er zal geen twijfel meer over zijn, dus wat is het nut van geloof? Geloof is een manier om twijfel te onderdrukken: je twijfelt, dus je hebt geloof nodig. De rots van geloof onderdrukt de bron van twijfel.
Wanneer je het weet, weet je het. Je weet dat het zo is; er is geen twijfel meer over. Je ervaring heeft alle duisternis en alle twijfel verdreven. De waarheid is; je bent er vol van. Waarheid creëert nooit geloof.
Hoe bereik je de waarheid? Door alle soorten overtuigingen te laten varen. En vergeet niet, ik zeg alle soorten – geloof in mij is inbegrepen. Ervaar mij, ga met mij mee, laat mij delen wat ik heb gezien, maar geloof niet, wees niet gehaast. Zeg niet: "Wat is nu het nut? Nu Bhagwan (Osho} het heeft gezien, hoef ik er alleen nog maar in te geloven."
Wat ik heb gezien, kan niet jouw ervaring worden, tenzij jij het ziet. En het is de ervaring van waarheid die je bevrijdt van onwetendheid, van gebondenheid, van ellende. Het is niet het geloof dat je bevrijdt, het is de waarheid.


